Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 5.5

Misbruik of oneigenlijk gebruik, nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking of terugvordering

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Baarn 2018

1.. Het college informeert cliënten of hun vertegenwoordiger in begrijpelijke bewoordingen over de rechten en plichten die aan het ontvangen van een maatwerkvoorziening of pgb zijn verbonden en over de mogelijke gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet. Onverminderd artikel 8.1.2 van de Jeugdwet en artikel 2.3.8 van de Wmo 2015 doet cliënt of diens vertegenwoordiger onverwijld uit eigen beweging aan het college mededeling van alle feiten en omstandigheden waarvan redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing aangaande een maatwerkvoorziening of individuele voorziening. 3.. Onverminderd artikel 8.1.4 van de Jeugdwet en artikel 2.3.10 van de Wmo kan het college een beslissing aangaande een voorziening geheel of gedeeltelijke herzien dan wel intrekken als het college vaststelt dat: a. de cliënt onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid; b. de cliënt naar het oordeel van het college niet langer op de voorziening of op het pgb is aangewezen; c. de voorziening of het pgb niet meer toereikend is te achten; d. de cliënt niet voldoet aan de voorwaarden van de individuele voorziening of het pgb, of e. de cliënt de voorziening of het pgb niet of voor een ander doel gebruikt dan waarvoor het is bestemd. 4.. Als het college een beslissing op grond van het derde lid onder a, heeft ingetrokken en de verstrekking van de onjuiste of onvolledige gegevens door de cliënt opzettelijk heeft plaatsgevonden, kan het college van de cliënt en degene die daaraan opzettelijk zijn medewerking heeft verleend, geheel of gedeeltelijk de geldswaarde vorderen van de ten onrechte genoten voorziening of het ten onrechte genoten pgb. 5.. Een beslissing tot verlening van een pgb kan worden ingetrokken als blijkt dat het pgb binnen zes maanden na uitbetaling niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden. 6. Ingeval het recht op een in eigendom of in bruikleen verstrekte voorziening is ingetrokken, kan deze voorziening worden teruggevorderd. 7.. Het college onderzoekt, al dan niet steekproefsgewijs, het gebruik van individuele  en maatwerkvoorzieningen en de bestedingen van pgb’s, met het oog op de beoordeling van de kwaliteit en recht- en doelmatigheid daarvan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel