Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1 › Paragraaf 1.3

Artikel 1.3.1

mantelzorg/hulp uit netwerk:

Onderdeel van Beleidsregels en nadere regel maatschappelijke ondersteuning Maassluis Vlaardingen Schiedam 2018

Een cliënt kan geen beroep doen op een maatwerkvoorziening indien hulp van mantelzorg of hulp van andere personen uit het sociale netwerk resulteert in voldoende zelfredzaamheid en participatie van de cliënt. Wet- en regelgeving: Wmo artikel 1.1.1, artikel 1.2.1, artikel 2.3.2 lid 4 sub c en d, artikel 2.3.5 lid 3 en 4 en verordening artikel. 4 lid 1 sub d, artikel.7 lid 2 Mantelzorg wordt omschreven als hulp die rechtstreeks voortvloeit uit een tussen personen bestaande sociale relatie en die niet wordt verleend in het kader van een hulpverlenend beroep. Mantelzorg en hulp uit het netwerk is voor een betrokken samenleving onmisbaar. Om mogelijk te maken dat een cliënt langer in de eigen leefomgeving kan blijven wonen moet een groter beroep worden gedaan op het sociale netwerk. Veelal ontvangt een cliënt al mantelzorg. Indien de mantelzorger bereid is en in staat is om deze (bovengebruikelijke) hulp te blijven bieden, waardoor de cliënt voldoende zelfredzaam is en voldoende kan participeren, is een maatwerkvoorziening niet noodzakelijk. De mogelijkheid bestaat dat een cliënt nog geen of onvoldoende mantelzorg ontvangt. Onderzoek naar de mogelijkheden van hulp uit het netwerk moet dan eerst plaatsvinden. Van belang hierbij is dat uit onderzoek is gebleken dat er vaak sprake is van vraagverlegenheid bij cliënten, maar ook van handelingsverlegenheid bij personen uit het netwerk. Door de cliënt, eventueel samen met iemand uit het wijkteam en/of een onafhankelijke cliëntondersteuner, moet voordat een beroep gedaan kan worden op een maatwerkvoorziening, het netwerk in kaart gebracht worden en personen uit dit netwerk gevraagd worden naar de mogelijkheden tot het bieden van hulp. Kortom, een maatwerkvoorziening is slechts bedoeld als aanvulling op mantelzorg en hulp uit het netwerk of bij een noodzaak voor het ontlasten van de mantelzorg (respijtzorg). Respijtzorg doet zich voor in situaties waarin de mantelzorger (tijdelijk) niet in staat is de (gebruikelijke) hulp op zich te nemen vanwege (dreigende) overbelasting. Indien andere personen uit het netwerk of algemene voorzieningen (zie paragraaf 1.4) onvoldoende zijn om de mantelzorger te ontlasten, kan een maatwerkvoorziening, zoals dagbesteding, kortdurend verblijf of eventueel ondersteuning bij het sociaal en persoonlijk functioneren, worden verstrekt aan de cliënt ter ontlasting van diens mantelzorger.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel