Ondersteuning bij het sociaal en persoonlijke functioneren wordt slechts verstrekt voor het behouden dan wel bevorderen van de zelfredzaamheid van de cliënt opdat hij in zijn eigen leefomgeving kan blijven wonen en verwaarlozing wordt voorkomen. Hierbij geldt als uitgangspunt dat slechts de voor de cliënt, of bij respijtzorg de voor de overbelaste mantelzorger van de cliënt, noodzakelijke activiteiten en frequentie kunnen worden toegekend.
Wet- en regelgeving: Wmo artikel Artikel 1.1.1, Verordening artikel 7
Ondersteuning bij het sociaal en persoonlijk functioneren is bedoeld voor cliënten met matige of zware beperkingen op het terrein van:
sociale redzaamheid;
maatschappelijke participatie;
psychosociaal functioneren;
psychosociaal welbevinden, en/of;
mentaal functioneren.
In bijlage 2 is een toelichting te vinden over deze terreinen.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.3
Artikel 2.3.1
sociaal en persoonlijk functioneren:
Onderdeel van Beleidsregels en nadere regel maatschappelijke ondersteuning Maassluis Vlaardingen Schiedam 2018