Een cliënt kan voor een individuele vervoersvoorziening (taxi of rolstoeltaxi) in aanmerking worden gebracht indien hij niet in staat is om het collectief vervoer te gebruiken en een (eigen) auto niet beschikbaar is of niet bruikbaar is voor de cliënt.
Wet- en regelgeving: Verordening artikel 7 lid 7
Bij de selectie van de goedkoopst compenserende vervoersvoorziening geldt het uitgangspunt: collectief als het kan en individueel als het moet.
Uitzondering collectief vervoer :
een noodzakelijke vervoersbehoefte/vervoersfrequentie die niet mogelijk is met het collectief vervoer.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.9
Artikel 2.9.3
primaat collectieve vervoersvoorziening:
Onderdeel van Beleidsregels en nadere regel maatschappelijke ondersteuning Maassluis Vlaardingen Schiedam 2018