Een persoonsgebonden budget wordt slechts verstrekt indien de cliënt (of diens ouders indien de cliënt minderjarig is) voldoende in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen en in staat is om de aan een persoonsgebonden budget verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren.
Wet- en regelgeving: Wmo artikel 1.1.1, artikel 2.3.6 lid 1 en lid 2 sub a
Het gaat bij de bekwaamheid van de cliënt om taken zoals het kiezen van een zorgverlener, het aangaan van een contract, het in de praktijk aansturen van de zorgverlener en het bijhouden van een juiste administratie.
Contra-indicaties voor een persoonsgebonden budget zijn 3 Geen limitatieve opsomming.:
Wilsonbekwaam;
Geen inzicht in de eigen functionele beperkingen;
Onvoldoende beschikking over organisatie- en regelvermogen en verantwoordelijkheidsbesef;
Onvoldoende inzicht door dementie, een verstandelijke handicap of ernstige psychische problemen;
Verslavingsproblematiek;
De Nederlandse taal niet/onvoldoende machtig zijn.
Er kan voor een cliënt die beperkt bekwaam is en toch een persoonsgebonden budget wenst een uitzondering gemaakt worden, indien de cliënt hulp krijgt bij het behartigen van zijn belangen en het uitvoeren van de aan een persoonsgebonden budget verbonden taken. Er moet voorkomen worden dat er misbruik gemaakt wordt van de cliënt dan wel van het pgb door de persoon die hulp biedt. Een voorwaarde is dat de persoon die hulp biedt bij het beheer van het pgb iemand is uit de directe naaste omgeving van de cliënt. Hulp bij de administratie van het pgb door iemand van een pgb-/zorgbureau of iemand die ook de zorg/ondersteuning levert aan de cliënt wordt niet toegestaan.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.1
bekwaamheid voor een pgb:
Onderdeel van Beleidsregels en nadere regel maatschappelijke ondersteuning Maassluis Vlaardingen Schiedam 2018