Naar hoofdinhoud
Er wordt slechts een persoonsgebonden budget toegekend indien het hiermee in te kopen hulpmiddel of de hiermee te bekostigen woningaanpassing langdurig adequaat/bruikbaar is voor de cliënt. Wet- en regelgeving: Wmo artikel 1.1.1, artikel 2.3.6 en Verordening artikel 10 lid 2 sub b Bij een cliënt met een progressief ziektebeeld staat op voorhand al vast dat binnen korte tijd vervanging van een hulpmiddel nodig is en wellicht daarna weer. Ook bij kinderen in de groei is regelmatige vervanging van een hulpmiddel noodzakelijk. Deze situaties lenen zich niet voor een persoonsgebonden budget, omdat het leidt tot kapitaalvernietiging. Een verstrekking van een voorziening in natura heeft dan de voorkeur. Een voorziening die in natura is verstrekt en niet meer geschikt is voor de cliënt komt immers in een depot en kan herverstrekt worden. Het langdurig adequaat, bruikbaar en passend zijn is verbonden aan de afschrijvingsduur van een voorziening. Bij een hulpmiddel valt hierbij te denken aan 7 jaar (afschrijving van de voorziening), bij een woningaanpassing zou de termijn langer kunnen zijn.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel