**1..** Het aantal personen dat heeft overnacht, wordt met betrekking tot:
vakantie onderkomens en niet beroepsmatig verhuurde ruimten bepaald op:
2 personen - indien het aantal slaapplaatsen 3 of minder bedraagt;
3 personen - indien het aantal slaapplaatsen 4 of 5 bedraagt;
4 personen - indien het aantal slaapplaatsen 6 bedraagt;
5 personen - indien het aantal slaapplaatsen 7 of 8 bedraagt;
7 personen - indien het aantal slaapplaatsen 9 of 10 bedraagt;
8 personen - indien het aantal slaapplaatsen meer dan 10 bedraagt;
mobiele kampeeronderkomens en stacaravans op vaste standplaatsen bepaald op:
2 personen indien het aantal slaapplaatsen drie of minder bedraagt;
3 personen indien het aantal slaapplaatsen meer dan drie bedraagt;
mobiele kampeeronderkomens op niet vaste standplaatsen bepaald op de som van het aantal kampeeronderkomens bestemd voor verblijf van maximaal drie personen, vermenigvuldigd met 2 en het aantal kampeeronderkomens bestemd voor verblijf van meer dan drie personen, vermenigvuldigd met 3.
**2..** Het aantal malen dat door de in het eerste lid bedoelde personen is overnacht wordt:
ingeval verblijf wordt gehouden in vakantie‑onderkomens, niet‑beroepsmatig verhuurde ruimten dan wel op vaste standplaatsen, welke geschikt zijn voor gebruik of slechts gebruikt mogen worden gedurende een periode van: meer dan drie doch ten hoogste zes maanden bepaald op 70;
ingeval verblijf wordt gehouden in mobiele kampeeronderkomens op niet‑vaste standplaatsen bepaald op 365.
**3..** Het aantal mobiele kampeeronderkomens als bedoeld in het eerste lid, letter c, wordt vastgesteld op het gemiddelde van een zestal tellingen gedurende het belastingjaar, waarbij iedere telling valt binnen een afzonderlijke periode van twee maanden.
Artikel 6