Naar hoofdinhoud

Artikel 11.

Aanvullende regels voor pgb

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning Pekela 2017

Het college verstrekt op verzoek van de cliënt een pgb in overeenstemming met artikel 2.3.6 van de wet. Onverminderd artikel 2.3.6, tweede en vijfde lid, van de wet en in aanvulling op artikel 8 verstrekt het college geen pgb voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de belanghebbende voorafgaand aan de indiening van de aanvraag heeft gemaakt en niet meer is na te gaan of de ingekochte voorziening noodzakelijk was. Het college bepaalt mede op basis van een door de cliënt opgesteld plan of: cliënt in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake dan wel met hulp uit zijn sociale netwerk of van zijn vertegenwoordiger in staat is te achten om de aan een pgb verbonden taken op een verantwoorde wijze uit te voeren; cliënt zich gemotiveerd op het standpunt stelt dat hij een pgb wenst; gewaarborgd is dat dat de diensten, hulpmiddelen, woonruimteaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, veilig doeltreffend en cliëntgericht worden verstrekt; In het kader van het waarborgen van de kwaliteit van het verlenen van diensten als bedoeld in het vorige lid is in ieder geval vereist: dat cliënt doorgeeft wie de hulp verleent; dat cliënt een verklaring omtrent het gedrag van deze hulp overlegt van niet ouder dan 3 maanden; dat als de hulp zorg omvat waarvoor krachtens landelijke kwaliteitseisen een minimale opleiding is vereist, deze persoon daadwerkelijk beschikt over de desbetreffende kwalificatie. Het college kent geen pgb toe als: niet wordt voldaan aan het bepaalde in het vorige lid; voor zover het pgb bestemd is voor dan wel besteed wordt aan diensten, activiteiten roerende zaken of woningaanpassingen e.d. die er niet toe strekken betrokkene de ondersteuning te bieden die in die maatwerk-voorziening is opgenomen; er sprake is van ondersteuning in een spoedeisende situatie, als bedoeld in artikel 2.3.3 van de wet; de voorziening een collectieve vervoerpas betreft; Het college kan een pgb weigeren als in de drie jaren voorafgaand aan de datum van het onderzoek toepassing is gegeven aan artikel 2.3.10 eerste lid, onderdeel a, d en e van de wet. De hoogte van een pgb: wordt vastgesteld aan de hand van het door de cliënt opgesteld plan over hoe hij het pgb gaat besteden; wordt berekend op basis van een prijs waarmee redelijkerwijs is verzekerd dat het pgb toereikend is om veilige, doeltreffende en kwalitatief goede diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, van derden te betrekken, en wordt indien nodig aangevuld met een vergoeding voor onderhoud en verzekering, en bedraagt niet meer dan de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate voorziening in natura; betreft een vast bruto tarief per uur, per dagdeel of per etmaal exclusief werkgevers-lasten; voor ondersteuning door informele hulp geldt voorts dat het tarief toereikend is te achten voor een niet opgeleid persoon. Een cliënt aan wie een pgb wordt verstrekt, kan diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk. Voor deze persoon geldt een tarief dat niet hoger is dan het tarief voor informele hulp.Het college kan bij een persoon die tot het sociale netwerk behoort, afzien van de eis dat een verklaring omtrent het gedrag wordt overgelegd. Het college stelt met inachtneming van het bepaalde in deze verordening nadere regels ten aanzien van de berekeningswijze van pgb’s. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende vormen van zorg en ondersteuning, ondersteuning door (in)formele hulp en voor zover van toepassing, in ieder geval in verband met de te bieden deskundigheid en / of het vereiste opleidingsniveau, of er gewerkt wordt volgens toepasselijke professionele of kwaliteitsstandaarden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel