1.Het is verboden op of aan een onroerende zaak handelsreclame te
maken of
te voeren met behulp van een opschrift, aankondiging of afbeelding
in welke vorm dan ook, die vanaf de weg zichtbaar is, indien:
de veiligheid van het verkeer in gevaar wordt gebracht;
ernstige hinder, overlast of gevaar voor de omgeving wordt
veroorzaakt;
de handelsreclame, hetzij op zichzelf, hetzij in verband met
de omgeving ontsierend is; of
overlast voor gebruikers van een in de nabijheid gelegen
onroerende zaak ontstaat.
Het verbod geldt niet voor onverlichte:
opschriften, aankondigingen of afbeeldingen in het inwendig
gedeelte van een onroerende zaak, die niet kennelijk gericht
zijn op zichtbaarheid vanaf de weg;
opschriften of aankondigingen op of aan onroerende zaken,
daartoe aangewezen door de overheid;
opschriften of aankondigingen kleiner dan 0,50 m2 en waarvan
de langste zijde korter dan 1 meter zijn die betrekking
hebben op:
een openbare verkoping of een aanbieding ter
verkoop, verhuur of verpachting van een onroerende
zaak, zulks voor zolang zij feitelijke betekenis
hebben;
het beroep, de dienst of het bedrijf dat in of op de
onroerende zaak wordt uitgeoefend of waarvoor die
zaak is bestemd;
opschriften die betrekking hebben op de naam of aard van in
uitvoering zijnde bouwwerken of op de namen van degenen die
bij het ontwerp of de uitvoering van het bouwwerk betrokken
zijn, mits deze opschriften zijn aangebracht op borden bij
of op de in uitvoering zijnde bouwwerken zelf, zulks voor
zolang zij feitelijke betekenis hebben;
opschriften of aankondigingen op of aan onroerende zaken
dienstbaar aan het openbaar vervoer, indien deze zijn
aangebracht ten dienste van dat vervoer.
Het verbod in het eerste lid geldt niet voor
opschriften of aankondigingen van kennelijk
tijdelijke aard, voor zolang zij feitelijke
betekenis hebben, mits:
van het aanbrengen ervan tevoren schriftelijk kennisgeving
is gedaan aan het college;
het college niet binnen twee weken na ontvangst van die
kennisgeving van enig bezwaar heeft doen blijken; en
deze opschriften of aankondigingen niet langer dan negen
weken op de onroerende zaak aanwezig zijn.
Het bevoegde bestuursorgaan kan ontheffing verlenen
van het verbod, bedoeld in het eerste lid.
Hoofdstuk 4. › Afdeling 4.
Artikel 4:24
Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 2010