De op grond van artikel 7, eerste lid, bedoelde belasting moet
worden betaald uiterlijk twee maanden na de dagtekening van het
aanslagbiljet.
In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt ingeval het
totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of
als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daar
van, minder is dan € 3.000,00 en de verschuldigde bedragen door
middel van automatische incasso van de betaalrekening van de
belastingschuldige kunnen worden afgeschreven, dat:
aanslagen, waarvan de dagtekening ligt tussen 1 januari
en 1 oktober van het belastingjaar waarop ze betrekking
hebben, moeten worden betaald in zoveel gelijke
termijnen als er na de maand van dagtekening van het
aanslagbiljet nog maanden in het belastingjaar
overblijven met een maximum van acht termijnen;
aanslagen, waarvan de dagtekening ligt na 30 september
van het belastingjaar waarop ze betrekking hebben,
moeten worden betaald in drie gelijke termijnen.
Bij het van toepassing zijn van het vorenstaande vervalt de
eerste incassotermijn een maand na de dagtekening van het
aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand
later.
De belasting moet worden betaald ingeval de kennisgeving bedoeld
in artikel 7, tweede lid:
mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van
de kennisgeving
schriftelijk wordt gedaan,op het moment van het
uitreiken van de kennisgeving,
dan wel in geval van toezending daarvan, binnen 14
dagen na dagtekening van de
kennisgeving.
De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de
voorgaande leden gestelde termijnen.
Hoofdstuk II
Artikel 9
Termijnen van betaling
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2010