Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 7

Voorschriften, beperkingen en verplichtingen

Onderdeel van Algemene verordening ondergrondse infrastructuur gemeente Wijk bij Duurstede

1.Het college kan aan een instemmingsbesluit respectievelijk een graafvergunning voorschriften en beperkingen verbinden in het belang van: de openbare orde; de veiligheid, waaronder mede verstaan wordt de verkeersveiligheid en/of een goede doorstroming van het verkeer ; het voorkomen of beperken van overlast, waaronder mede verstaan wordt het voorkomen of beperken van schade, de bescherming van eventuele archeologische vondsten, van groenvoorzieningen, bomen en beplantingen en van het uiterlijk aanzien van de omgeving; de bereikbaarheid van gronden of gebouwen, waaronder mede verstaan wordt het veilig en doelmatig gebruik van openbare gronden en gebouwen en het doelmatig beheer en onderhoud ervan en het belang van nader aan te geven grote lokale evenementen als bijvoorbeeld weekmarkten en kermissen; de ondergrondse ordening, waaronder mede verstaan wordt het zo min mogelijk hinder veroorzaken voor reeds in de grond aanwezige werken en het niet in gevaar brengen of zonder noodzaak bemoeilijken van deze werken, waaronder mede verstaan worden werken ten behoeve van de levering of het transport van elektronische informatie, gas, water en elektriciteit . Ter bescherming van de belangen als genoemd in het eerste lid kan het college aan het instemmingsbesluit respectievelijk de graafvergunning voorschriften of beperkingen verbinden over het medegebruik van voorzieningen. Een grondroerder is verplicht om zoveel mogelijk (mede)gebruik te maken van bestaande, door andere netbeheerders en aanbieders of in opdracht van het college aangelegde voorzieningen, zoals mantelbuizen, kabelgoten en –geleidingen, die door derden of de gemeente tegen marktconforme prijzen ter beschikking worden gesteld. Indien de grondroerder een redelijk aanbod wordt gedaan, is deze verplicht ervan gebruik te maken. 3.Ter bescherming van de belangen als genoemd in het eerste lid kan het college aan het instemmingsbesluit respectievelijk de graafvergunning het voorschrift verbinden van zekerheidsstelling als waarborg voor de nakoming van de voorschriften en beperkingen. 4.Indien de openbare gronden geen ruimte bieden voor de aanleg van nieuwe kabels, dient de netbeheerder een alternatief tracé te kiezen, of (in geval van elektronische communicatie- netwerken) aan andere netbeheerders en aanbieders een billijk verzoek tot medegebruik van kabels en/of leidingen te doen. 5.De grondroerder dient omwonenden, bedrijven en instellingen ter plaatse van de uit te voeren werkzaamheden te informeren overeenkomstig de voorschriften van het Handboek Kabels en Leidingen. 6.De wijze van uitvoering bij aanleg, onderhoud, verplaatsing en opruiming van kabels en leidingen en medegebruik van voorzieningen geschiedt conform het Handboek Kabels en Leidingen. In dat kader is het college bevoegd voorschriften te stellen op het gebied van markering, afzetting en het toepassen van proefsleuven. Bij tegenstrijdigheden tussen de AVOI en het Handboek Kabels en Leidingen voor wat betreft de procedure hebben de bepalingen van de AVOI voorrang. Bij grote projecten met meer dan 10 km tracélengte is het college bevoegd om maatwerkafspraken te maken voor de wijze van uitvoering bij aanleg, onderhoud, verplaatsing en opruiming van kabels en leidingen en medegebruik van voorzieningen. 7.De gemeente beslist omtrent het herstraten. De grondroerder vergoedt aan de gemeente de schade voortvloeiend uit de werkzaamheden, zijnde de marktconforme kosten van de voorzieningen en van extra onderhoud. Voor de hoogte van de schadevergoeding aan bestrating hanteert de gemeente de Richtlijn Tarieven (graaf)werkzaamheden Telecom, categorie B2, waarbij herstel wordt uitgevoerd door de grondroerder conform de bepalingen in het Handboek Kabels en Leidingen, en waarbij de grondroerder gedurende 12 maanden het onderhoud verzorgt, en waarvoor als vergoedingen degeneratiekosten, beheerkosten en legeskosten in rekening worden gebracht. Na het eerste jaar neemt, door middel van eenopleveringsopname, de gemeente het onderhoud over. Aan herstel van bijzondere bestrating kan het college nadere voorwaarden stellen. 8.De grondroerder is verplicht zo spoedig mogelijk na constatering van de aanwezigheid vankabels en/of leidingen, waarvan niet bekend is van wie ze zijn, een kopiemelding van de mededeling aan het Kadaster, aan de gemeente te verstrekken. 9.De grondroerder is leges verschuldigd conform de Legesverordening en bijbehorende Tarieventabel. 10.De beheerder of exploitant van een kabel of leiding die niet langer in gebruik is, meldt dit terstond aan burgemeester en wethouders en is verplicht deze binnen een door hen gestelde termijn te verwijderen.

Rechtspraak bij dit artikel