**1..** Het college verzamelt alle voor het onderzoek, bedoeld in artikel 5 van deze verordening, van belang zijnde en toegankelijke gegevens over de inwoner en zijn situatie en maakt zo spoedig mogelijk met hem een afspraak voor een gesprek.
**2..** Ten behoeve van het onderzoek, bedoeld in artikel 5 van deze verordening, verschaft de inwoner het college alle overige gegevens en bescheiden die naar het oordeel van het college hiervoor nodig zijn en waarover hij op dat moment redelijkerwijs de beschikking kan krijgen. De inwoner verstrekt in ieder geval een identificatiedocument als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht.
**3..** Als de inwoner genoegzaam bekend is bij het college, kan het college in overeenstemming met de inwoner afzien van een vooronderzoek als bedoeld in het eerste en tweede lid.
**4..** Bij een hulpvraag in het kader van de Wmo 2015 brengt het college de inwoner op de hoogte van de mogelijkheid om een persoonlijk plan, als bedoeld in artikel 2.3.2, tweede lid van de Wmo 2015, op te stellen en stelt hem gedurende 7 werkdagen na de melding in de gelegenheid het plan te overhandigen.
**5..** Bij een hulpvraag in het kader van de Jeugdwet brengt het college de inwoner op de hoogte van de mogelijkheid om een familiegroepsplan, als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet, op te stellen en stelt hem gedurende het onderzoek, als bedoeld in artikel 5 van deze verordening, in de gelegenheid het plan te overhandigen. Als de inwoner dit wenst draagt het college zorg voor ondersteuning bij het opstellen van een familiegroepsplan. In overleg met de inwoner kan worden afgezien van gestelde in dit lid.
HOOFDSTUK 2.
Artikel 4.
Vooronderzoek; indienen persoonlijk plan
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Midden-Delfland 2018