Als een vordering ontstaat (mede) als gevolg van nalatigheid van de gemeente, bepalen de omstandigheden of wij overgaan tot terugvordering. Van belang is
De tijd tussen de verstrekking van gelden en het moment dat we de fout constateren;
Het aantal ongebruikte toetsmomenten waarbij de fout duidelijk had moeten worden;
Of de cliënt redelijkerwijs op de hoogte kon zijn van de rechten en verplichtingen.
Uit jurisprudentie blijkt dat terugvordering van gelden voor levensonderhoud mogelijk is over een periode van zes maanden na de ontvangst van informatie die aanleiding had moeten zijn om een onderzoek in te stellen, het zogenoemde ‘signaal’. Hierna vervalt het recht op terugvordering.
Hoofdstuk 1
Artikel 5
Fout gemeente
Onderdeel van Beleidsregels terugvordering, verhaal en bestuurlijke boete Participatiewet, Ioaw en Ioaz 2018