Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.

Artikel 17.

Gelegenheid tot het inspreken van burgers

Onderdeel van Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad 2017

1.. Na de opening van de vergadering kunnen andere aanwezige burgers gezamenlijk gedurende maximaal vijf minuten per burger het woord voeren over geagendeerde onderwerpen. Indien een geagendeerd onderwerp bij het vaststellen van de agenda van de agenda wordt gehaald, dan blijft de mogelijkheid bestaan om over dat onderwerp in te spreken. Een voorstel van het college aan de raad dat vermeld staat op de voorlopige agenda van de raadsvergadering, kan niet worden ingetrokken zonder toestemming van de raad. 2.. Het woord kan niet worden gevoerd over benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen. 3.. Degene, die van de gelegenheid tot inspreken gebruik wil maken, meldt dit aan de griffier en wel uiterlijk voor 12.00 uur van de dag waarop de vergadering wordt gehouden. Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp waarover hij het woord wil voeren. 4.. De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is van de orde van de vergadering.

Rechtspraak bij dit artikel