**1..** De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 250, indien de
inburgeringsplichtige bedoeld in artikel 3 geen of onvoldoende
medewerking verleent aan het onderzoek, bedoeld in artikel 25,
vierde lid van de wet;
**2..** De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 500, indien de
inburgeringsplichtige bedoeld in artikel 3 geen of onvoldoende
medewerking verleent aan de uitvoering van de voor hem
vastgestelde inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening,
bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de wet of aan de
verplichtingen, bedoeld in artikel 6 van deze verordening;
**3..** De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 500, indien de
inburgeringsplichtige bedoeld in artikel 3 niet binnen de in
artikel 7, eerste lid, van de wet bedoelde termijn of binnen de
door het college op grond van artikel 31, tweede lid, onderdeel
a, van de wet verlengde termijn het inburgeringsexamen heeft
behaald.
**4..** De bestuurlijke boete voor overtredingen, bedoeld in de leden 1,
2 en 3 van dit artikel, wordt verdubbeld, indien de
inburgeringsplichtige bedoeld in artikel 3 zich binnen twaalf
maanden na de vorige als verwijtbaar aangemerkte overtredingen
bedoeld in de leden 1, 2 en 3 van dit artikel, opnieuw schuldig
maakt aan dezelfde overtreding.
Deel I: › Hoofdstuk 4.
Artikel 11
De hoogte van de bestuurlijke boetes voor de verschillende overtredingen
Onderdeel van Verordening Wet Inburgering 2017 gemeente Geertruidenberg