Naar hoofdinhoud

Deel III:

Artikel 13

Participatieverklaring

Onderdeel van Verordening Wet Inburgering 2017 gemeente Geertruidenberg

Vanaf 1 oktober 2017 geldt, dat: het participatieverklaringstraject integraal onderdeel uitmaakt van het inburgeringsexamen; de inburgeringsplichtige binnen één jaar het participatieverklaringstraject afrondt door middel van deelname aan workshops en daaropvolgend het ondertekenen van de participatieverklaring; de termijn van één jaar, genoemd in het tweede lid, aanvangt op het moment dat de vreemdeling inburgeringsplichtig is en ingeschreven is in de basisregistratie personen, met dien verstande dat indien hij rechtmatig verblijf heeft op grond van een verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000, het gaat om de inschrijving in de gemeente waar hij op grond van artikel 28 van de Huisvestingswet 2014 is gehuisvest; de termijn van één jaar, genoemd in het tweede lid, verlengd kan worden indien de inburgeringsplichtige aannemelijk maakt dat hem geen verwijt treft ter zake van het niet tijdig afronden van het participatieverklaringstraject; het college een bestuurlijk boete oplegt aan de inburgeringsplichtige die het participatieverklaringstraject niet binnen de in het tweede lid genoemde termijn, of de op basis van het vierde lid verlengde termijn, heeft afgerond; in de boetebeschikking, zoals bedoeld in het vijfde lid, een nieuwe termijn van ten hoogste één jaar wordt opgenomen, waarbinnen de inburgeringsplichtige na het bekendmaken van de boetebeschikking alsnog het participatieverklaringstraject moet afronden; het college de inburgeringsplichtige die niet binnen de krachtens lid 6 van dit artikel vastgestelde termijn het participatieverklaringstraject heeft afgerond, een bestuurlijke boete oplegt, waarna lid 6 opnieuw in werking treedt; zolang de inburgeringsplichtige na het verstrijken van de krachtens het zevende lid gestelde termijn het participatieverklaringstraject niet afrondt, het college ieder jaar een bestuurlijke boete oplegt ; de bestuurlijke boete niet hoger kan zijn dan € 340 voor het niet afronden van het participatieverklaringstraject, binnen de bij of krachtens de leden 3, 6 en 7 van dit artikel gestelde termijnen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel