Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4:

Artikel 14.

Bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen en pgb’s

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Nunspeet 2018

1.. Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening dan wel pgb, zolang de cliënt van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt, en afhankelijk van het inkomen en vermogen van de cliënt en zijn echtgenoot. 2.. De bijdrage in de kosten voor een voorziening in de vorm van een pgb is verschuldigd zolang de hierna volgende afschrijvingstermijnen niet zijn verstreken: 7 jaar voor vervoersvoorzieningen; 7 jaar voor roerende woonhulpmiddelen; 10 jaar voor woningaanpassingen, niet zijnde een aanbouw; 15 jaar voor een woningaanpassing in de vorm van een aanbouw. 3.. De bijdrage, dan wel het totaal van de bijdragen, is gelijk aan de kostprijs, tenzij overeenkomstig hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 of het vijfde, respectievelijk zesde lid van dit artikel geen of een lagere bijdrage is verschuldigd. 4.. De kostprijs van een: a.. maatwerkvoorziening wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder; b.. pgb is gelijk aan de hoogte van het pgb. 5.. Geen bijdrage is verschuldigd voor: a.. onderhouds- en reparatiekosten van woonvoorzieningen die in eigendom of bruikleen worden verstrekt; b.. een maatwerkvoorziening of pgb ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt; c.. dovenmaatschappelijk werk d.. vervoerskosten van en naar de dagbesteding. 6.. Een cliënt is een bijdrage verschuldigd in de kosten voor het gebruik van: a.. begeleiding in groepsverband ter hoogte van maximaal € 2,50 per uur; b.. individuele begeleiding ter hoogte van maximaal € 30,00 per uur; c.. hulp bij het huishouden ter hoogte van maximaal € 30,00 per uur; d.. kortdurend verblijf, respectievelijk respijtzorg ter hoogte van maximaal € 30,00 per etmaal; e.. een hulpmiddel ter hoogte van maximaal € 30,00 per maand per middel. 7.. Met in achtneming van het in lid 1 tot en met 6 bepaalde, legt het college in het Besluit de hoogte van de eigen bijdrage per soort maatwerkvoorziening, respectievelijk categorie hulpmiddel vast. 8.. In de gevallen, bedoeld in artikel 2.1.4, zevende lid, van de wet, worden de bijdragen voor een maatwerkvoorziening of pgb door het Centraal administratie kantoor (CAK) vastgesteld en geïnd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel