1 Achter een gebouw, waarvan geen deel tot woning, anders dan als
dienstwoning is bestemd, moet een bij het gebouw behorend erf
aanwezig zijn ter diepte van ten minste 2 meter achter het verst
achterwaarts gelegen deel van het gebouw en over de volle breedte
daarvan.
2 Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning verlenen in afwijking
van het bepaalde in het eerste lid:
a indien ligging en bestemming van het gebouw hiervoor geen beletsel
vormen;
b indien, voor zover nodig, afwijking is toegestaan van het verbod
tot overschrijding van de achtergevelrooilijn.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 5
Artikel 2.5.16
Erf bij overige gebouwen
Onderdeel van Bouwverordening 2010