1 Indien op een kruising van wegen de achtergevels van de bebouwing,
gelegen aan de ene weg, doorgebouwd zijn tot aan de
voorgevelrooilijn van de andere weg en bovendien in die achtergevels
ramen aanwezig zijn, dan bedraagt - onverminderd het bepaalde in
artikel 2.5.24 - de maximale hoogte van de zijgevel van het eerste
bouwwerk aan laatstgenoemde weg nabij de hoek ten hoogste 1,5 maal
de afstand van deze zijgevel tot de achtergevelrooilijn die bij de
eerstgenoemde weg behoort. Deze afstand moet op dezelfde wijze
worden bepaald als beschreven is in artikel 2.5.21, tweede lid, voor
de bepaling van de afstand tussen twee achtergevelrooilijnen.
2 Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning verlenen in afwijking
van het bepaalde in het eerste lid, mits de zijgevel niet hoger is
dan de voorgevel.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 5
Artikel 2.5.22
Toegelaten hoogte van zijgevels tegenover een achtergevelrooilijn
Onderdeel van Bouwverordening 2010