1 De hoogte van een bouwwerk of van een gevel of van een ander
buitenvlak van een bouw-werk, moet worden gemeten ten opzichte van
straatpeil.
2 De hoogte van gevels die geen horizontale beëindiging hebben, moet
worden bepaald door de oppervlakte te delen door de breedte.
Plaatselijke verhogingen, als bedoeld in artikel 2.5.27, onder d, en
artikel 2.5.28, onder h, i, j en k, moeten - voor zover zij de
maximale hoogte overschrijden - buiten beschouwing worden
gelaten.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 5
Artikel 2.5.26
Wijze van meten van de hoogte van bouwwerken
Onderdeel van Bouwverordening 2010