1 Indien de toegang tot een bouwwerk dat voor het verblijf van
mensen is bestemd, meer dan 10 meter is verwijderd van een openbare
weg, moet een verbindingsweg tussen die toegang en het openbare
wegennet aanwezig zijn die geschikt is voor verhuisauto's,
vuilnisauto's, ziekenauto's, brandweerauto's en het overige te
verwachten verkeer.
2 Een geschikte verbindingsweg in de zin van het eerste lid moet,
tenzij de gemeenteraad voor de desbetreffende weg in een
bestemmingsplan of in een verordening of anderszins voor-schriften
heeft vastgesteld:
a een breedte hebben van ten minste 4,5 m, over een breedte van ten
minste 3,25 m zijn verhard en een vrije hoogte boven de kruin van de
weg hebben van ten minste 4,2 m;
b zijn verhard op een wijze die geschikt is voor motorvoertuigen met
een massa van ten minste 14.600 kg en zijn voorzien van de nodige
kunstwerken; en
c op doeltreffende wijze kunnen afwateren.
3 Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op een
bijgebouw voor het bouwen waarvan op grond van artikel 2, onderdeel
3, of artikel 3, onderdeel 1, van bijlage II bij het Besluit
omgevingsrecht geen vergunning is vereist, voor zover dat bijgebouw
niet tot bewoning bestemd is, maar wel tot een hoofdgebouw behoort
dat op hetzelfde terrein is gelegen.
4 Nabij ieder bouwwerk dat voor het verblijf van mensen is bestemd,
moeten zodanige opstelplaatsen voor brandweerauto's aanwezig zijn,
dat een doeltreffende verbinding tussen die auto's en de
bluswatervoorziening kan worden gelegd.
5 Bij afwezigheid van een toereikende openbare bluswatervoorziening
moet worden zorg gedragen voor een doeltreffende niet-openbare
bluswatervoorziening.
6 Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning verlenen in afwijking
van het bepaalde in het eerste en het vierde lid, indien de aard, de
ligging en het gebruik van het bouwwerk zich daarvoor lenen.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 5
Artikel 2.5.3
Bereikbaarheid van bouwwerken voor wegverkeer; brandblusvoorzieningen
Onderdeel van Bouwverordening 2010