1 Indien bij temperaturen beneden 2 graden Celsius beton-, metsel- of
buitenpleisterwerk wordt uitgevoerd, moet het bouwtoezicht ten minste
twee dagen vóór het begin van het desbetreffende werk in kennis worden
gesteld van de te treffen maatregelen ten behoeve van:
a het niet verwerken van bevroren materialen;
b het verkrijgen van een goede binding en verharding;
c de bescherming van het desbetreffende werk na de voltooiing tegen
vorstschade, zolang het nog onvoldoende is verhard of de temperatuur nog
beneden 2 graden Celsius is.
2 De in het eerste lid bedoelde kennisgevingen moeten, indien het
bouwtoezicht dit verlangt, schriftelijk plaatsvinden.