Indien er een redelijk vermoeden van fraude is ontstaan geeft art. 53a lid 6 van de Participatiewet (hierna P-wet te noemen) de mogelijkheid om de door de belanghebbende verstrekte inlichtingen te controleren d.m.v. een huisbezoek.
De belanghebbende heeft volgens art. 17 lid 2 van de P-wet een "meewerkplicht". Het niet meewerken aan een huisbezoek bij een redelijk vermoeden van fraude leidt tot het afwijzen van een aanvraag of het beëindigen van het recht op bijstand.