Deze verordening verstaat onder:
begraafplaats: de algemene begraafplaats te Lelystad;
eigen graf: een graf, waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot:
het doen begraven en begraven houden van overledenen;
het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;
algemeen graf: een graf bij de gemeente in beheer waarin aan eenieder de gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van overledenen;
eigen urnengraf: een graf waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten of bijgezet houden van twee asbussen met of zonder urnen;
algemeen urnengraf: een graf bij de gemeente in beheer waarin aan eenieder gelegenheid wordt geboden tot het doen bijzetten van asbussen met of zonder urnen;
asbus: een bus ter berging van de as van een overledene;
urnennis: een nis, waarvoor voor onbepaalde tijd het recht is verkregen tot het doen bijzetten of bijgezet houden van asbussen of urnen;
urn: een voorwerp ter berging van één of meer asbussen;
verstrooiingsplaats: een permanent daartoe bestemd terrein waarop as wordt verstrooid, dan wel een plaats waar voor bepaalde of onbepaalde tijd het recht is verleend om as te doen verstrooien;
wandgraf: een bovengronds graf in een daartoe bestemde wand op de begraafplaats waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het begraven van een overledene;
jaar: een periode van 365 dagen.