Naar hoofdinhoud

Artikel 1.

Begripsbepalingen

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning Stein 2018

In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: Lid 1. Aanbieder Natuurlijke persoon of rechtspersoon die jegens het college gehouden is een algemene voorziening; of een maatwerkvoorziening te leveren; Lid 2. Aanvraag Een verzoek van een cliënt om een besluit te nemen; Lid 3. Algemeen gebruikelijke voorziening Een voorziening die niet speciaal is bedoeld voor mensen met een beperking en die algemeen verkrijgbaar is en niet of niet veel duurder is dan vergelijkbare producten; Lid 4. Algemene voorzieningen Aanbod van diensten of activiteiten dat, zonder voorafgaand onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de gebruikers, toegankelijk is en dat is gericht op maatschappelijke ondersteuning; Lid 5. Andere voorziening Voorziening anders dan in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; Lid 6. Begeleiding Activiteiten gericht op het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie van de cliënt opdat hij zo lang mogelijk in zijn eigen leefomgeving kan blijven; Lid 7. Beschermd wonen Wonen in een accommodatie van een instelling met daarbij behorende toezicht en begeleiding, gericht op het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie, het psychisch en psychosociaal functioneren, stabilisatie van een psychiatrisch ziektebeeld, het voorkomen van verwaarlozing of maatschappelijke overlast of het afwenden van gevaar voor de cliënt of anderen, bestemd voor personen met psychische of psychosociale problemen, die niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving; Lid 8. Bijdrage in de kosten Bijdrage als bedoeld in artikel 2.1.4, eerste lid, van de wet; Lid 9. Cliënt Persoon die gebruik maakt van een algemene voorziening of aan wie een maatwerkvoorziening of persoonsgebonden budget is verstrekt of door of namens wie een melding is gedaan als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid; Lid 10. Cliëntondersteuning Onafhankelijke ondersteuning met informatie, advies en algemene ondersteuning die bijdraagt aan het verstreken van de zelfredzaamheid en participatie van een zo integraal mogelijke dienstverlening op het gebied van maatschappelijke ondersteuning, preventieve zorg, zorg, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen; Lid 11. Gebruikelijke hulp Hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van de echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten; Lid 12. Gesprek Een gesprek in het kader van het onderzoek als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet; Lid 13. Hulpmiddel; Roerende zaak die bedoeld is om beperkingen in de zelfredzaamheid of de participatie te verminderen of weg te nemen; Lid 14. Hulpvraag Behoefte aan maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet; Lid 15. Maatschappelijke ondersteuning: bevorderen van de sociale samenhang, de mantelzorg en vrijwilligerswerk, de toegankelijkheid van voorzieningen, diensten en ruimten voor mensen met een beperking, de veiligheid en leefbaarheid in de gemeente alsmede voorkomen en bestrijden van huiselijk geweld, ondersteunen van de zelfredzaamheid en de participatie van personen met een beperking of met chronische psychische of psychosociale problemen zoveel mogelijk in de eigen leefomgeving, bieden van beschermd wonen en opvang; Lid 16. Maatwerkvoorziening Op de behoefte, persoonskenmerken en mogelijkheden van een persoon afgestemd geheel van diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen: ten behoeve van zelfredzaamheid, daaronder begrepen kortdurend verblijf in een instelling ter ontlasting van de mantelzorger, het daarvoor noodzakelijke vervoer, alsmede hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen, ten behoeve van participatie, daaronder begrepen het daarvoor noodzakelijke vervoer, alsmede hulpmiddelen en andere maatregelen, ten behoeve van beschermd wonen en opvang; Lid 17. Mantelzorg Hulp ten behoeve van zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen, opvang, jeugdhulp, het opvoeden en opgroeien van jeugdigen en zorg en overige diensten als bedoeld in de Zorgverzekeringswet, die rechtstreeks voortvloeit uit een tussen personen bestaande sociale relatie en die niet wordt verleend in het kader van een hulpverlenend beroep; Lid 18. Melding Melding aan het college als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet; Lid 19. Opvang Onderdak en begeleiding voor personen die de thuissituatie hebben verlaten, al dan niet in verband met risico’s voor hun veiligheid als gevolg van huiselijk geweld, en niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving; Lid 20. Participatie Deelnemen aan het maatschappelijk verkeer; Lid 21. Persoonlijk plan Plan zoals bedoeld is in artikel 2.3.2.2, van de wet; Lid 22. Persoonsgebonden budget (pgb) Persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 1.1.1 van de wet; bedrag waaruit namens het college betalingen worden gedaan voor diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot een maatwerkvoorziening behoren en die een cliënt van derden heeft betrokken; Lid 23. Sociaal netwerk Personen uit de huiselijke kring of andere personen met wie de cliënt een sociale relatie onderhoudt; Lid 24. Vertegenwoordiger Persoon of rechtspersoon die een cliënt vertegenwoordigt die niet in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake; Lid 25. Voorziening Algemene voorziening of maatwerkvoorziening; Lid 26. Wet Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; Lid 27. Woningaanpassing Bouwkundige of woon technische ingreep in of aan een woonruimte; Lid 28. Zelfredzaamheid In staat zijn tot het uitvoeren van de noodzakelijke algemene dagelijkse levensverrichtingen en het voeren van een gestructureerd huishouden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel