Lid 1. Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd:
voor het gebruik van een algemene voorziening, niet zijnde cliëntondersteuning, en,
voor een maatwerkvoorziening dan wel pgb, zolang hij van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt, en afhankelijk van het inkomen en vermogen van de cliënt en zijn echtgenoot of van diens ouders als het een bijdrage plichtige voorziening betreft voor een inwonend kind en die ouders als onderhoudsplichtige in het kader van het Burgerlijk wetboek kunnen worden aangemerkt. Uitgangspunt is hierbij dat aangaande maatwerkvoorzieningen de maximale eigen bijdrage wordt geïnd, zijnde niet meer dan de door de gemeente betaalde kostprijs.
Lid 2. Het college kan bij nadere regeling bepalen:
voor welke algemene voorzieningen, niet zijnde cliëntondersteuning, de cliënt een bijdrage is verschuldigd en/of er voor specifieke doelgroepen een kortingspercentage gehandhaafd kan worden.
wat per soort algemene voorziening de hoogte van deze bijdrage is;
Lid 3. De kostprijs van een:
maatwerkvoorziening wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder;
pgb is gelijk aan de hoogte van het pgb
Lid 4 Het college bepaalt bij nadere regeling door welke andere instantie dan het CAK in de gevallen bedoeld in artikel 2.1.4, zevende lid van de wet, de bijdragen voor een maatwerkvoorziening of pgb worden vastgesteld en geïnd.
Lid 5. De bijdrage voor een maatwerkvoorziening of pgb ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige is verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is afgewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt.
Artikel 13.
Regels voor bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen en algemene voorzieningen
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning Stein 2018