Lid 1. Geen maatwerkvoorziening wordt verstrekt:
voor zover met betrekking tot de problematiek die in het gegeven geval aanleiding geeft voor de noodzaak tot ondersteuning, een voorziening op grond van een andere wettelijke bepaling bestaat;
voor zover de cliënt op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk de beperkingen kan wegnemen;
voor zover de cliënt met gebruikmaking van algemene voorzieningen de beperkingenkan wegnemen;
indien de voorziening voor een persoon als cliënt algemeen gebruikelijk is;
indien het een voorziening betreft die de cliënt na de melding en vóór datum van besluit heeft gerealiseerd of geaccepteerd, tenzij het college daarvoor schriftelijk toestemming heeft verleend of de noodzaak achteraf nog kan worden vastgesteld;
voor zover deze niet in overwegende mate op het individu is gericht;
indien de cliënt tekortschietend besef van verantwoordelijkheid heeft betoond;
als deze niet langdurig noodzakelijk is;
indien de cliënt geen ingezetene is van de gemeente Stein.
Lid 2. Geen woonvoorziening wordt verstrekt:
voor zover de beperkingen voortvloeien uit de aard van de in de woning gebruikte materialen;
ten behoeve van hotels/pensions, trekkerswoonwagens, kloosters, tweede woningen, vakantie‐ en recreatiewoningen, ADL‐clusterwoningen en gehuurde kamers, met uitzondering van een voorziening voor verhuizing en inrichting;
voor zover het voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten betreft, anders dan automatische deuropeners, hellingbanen, het verbreden van gemeenschappelijke toegangsdeuren, het aanbrengen van drempelhulpen of vlonders of het aanbrengen van een opstelplaats bij de toegangsdeur van de gemeenschappelijke ruimte, met uitzondering van een voorziening voor verhuizing en inrichting;
indien de noodzaak het gevolg is van een verhuizing waarvoor geen aanleiding bestaat op grond van beperkingen bij de zelfredzaamheid of participatie en er geen belangrijke reden voor verhuizing aanwezig is;
indien de cliënt niet is verhuisd naar de voor zijn of haar beperkingen op dat moment meest geschikte woning, tenzij daarvoor vooraf schriftelijk toestemming is verleend door het college;
voor zover de aangevraagde voorzieningen betrekking hebben op een hoger uitrustingsniveau voor sociale woningbouw
Lid 3. Een cliënt kan voor een voorziening voor vervoer in natura of in de vorm van een
persoonsgebonden budget in aanmerking worden gebracht wanneer beperkingen,
chronische psychische problemen of psychosociale problemen het gebruik van een collectief
systeem onmogelijk maken, dan wel een collectief systeem niet aanwezig is. Als het collectieve systeem de vervoersbehoefte niet volledig dekt kan de cliënt, naast deze collectieve vervoersvoorziening in aanmerking komen voor een voorziening voor vervoer in natura of in de vorm van een PGB.
Artikel 9.
Voorwaarden en weigeringsgronden
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning Stein 2018