Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 4

Onverantwoord omgaan met vermogen

Onderdeel van Afstemmingsverordening Wet werk en bijstand gemeente Kapelle

1.. Indien voorafgaand aan, dan wel ten tijde van de bijstandsverlening over een vermogen kon worden beschikt boven het bescheiden vrij te laten vermogen conform artikel 34, lid 2, sub b en lid 3, van de wet en hierop is ingeteerd op een wijze die getuigt van een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan, wordt de bijstand verlaagd en daarbij zoveel mogelijk afgestemd op: de wijze van onverantwoord interen op het vermogen en; de hoogte van het bedrag dat onverantwoord is ingeteerd en; het eventueel resterende vermogen onder het vrij te laten bescheiden vermogen van belanghebbende. 2.. De verlaging bedraagt 10% van de norm gedurende maximaal 3 jaar als de middelen waarover belanghebbende beschikt dan wel redelijkerwijs kan beschikken, minder dan 2 maal de van toepassing zijnde norm bedragen, ten tijde van de constatering van genoemd feit. 3.. De verlaging bedraagt 100% van de van toepassing zijnde norm als belanghebbende beschikt of redelijkerwijs kan beschikken over middelen boven 2 maal de van toepassing zijnde norm ten tijde van de constatering van genoemd feit. 4.. De verlaging bedoeld in lid 3 wordt toegepast gedurende 1, 2 of 3 maanden als de middelen waarover belanghebbende beschikt of redelijkerwijs kan beschikken gelijk zijn aan of meer bedragen dan respectievelijk 2, dan wel 3, dan wel 4 of meer maal de van toepassing zijnde norm. 5.. Als belanghebbende beschikt of redelijkerwijs kan beschikken over middelen gelijk aan of meer dan: 2 maal de van toepassing zijnde norm maar minder dan 3 maal, wordt de verlaging bedoeld in lid 3 en 4 gevolgd door een verlaging van 10% van de norm gedurende maximaal nog 26 maanden; 3 maal de van toepassing zijnde norm maar minder dan 4 maal, wordt de verlaging bedoeld in lid 3 en 4 gevolgd door een verlaging van 10% van de norm gedurende maximaal nog 16 maanden; 4 maal de van toepassing zijnde norm, wordt de verlaging bedoeld in lid 3 en 4 gevolgd door een verlaging van 10% van de norm gedurende maximaal nog 6 maanden. 6.. Indien het onverantwoord ingeteerde vermogen meer bedraagt dan het bedrag genoemd onder artikel 34, lid 3, sub c, van de wet wordt op individuele basis een aanvullende verlaging van de uitkering bezien. 7.. Het totale bedrag waarmee de bijstand wordt verlaagd, berekend over de hele periode van verlaging, kan niet meer bedragen dan het bedrag dat onverantwoord is ingeteerd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel