Naar hoofdinhoud
1.. Indien een tarief per oppervlakte van toepassing is, wordt de precariobelasting berekend naar de oppervlakte van de horizontale projectie van de voorwerpen, tenzij anders is bepaald. 2.. De oppervlakte van andere dan rechthoekige voorwerpen wordt gesteld op het product van de twee aangrenzende zijden van een om het voorwerp geplaatste denkbeeldigerechthoek. 3.. Indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerpof de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemdegemeentegrond, wordt indien in de vergunning een oppervlakte is bepaald of aangeduid, die oppervlakte in aanmerking genomen tenzij blijkt dat de oppervlakte anders is. 4.. Indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerpof de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, wordt voor de berekening van de precariobelasting aangesloten bij de geldigheidsduur van die vergunning, tenzij blijkt dat het belastbaar feit zich gedurende een kortere periode heeft voorgedaan. In dat geval bestaat aanspraak op ontheffing, waarbij het zesde lid van overeenkomstige toepassing is. 5.. Indien in de tarieventabel voor een voorwerp tarieven voor verschillende tijdseenhedenzijn opgenomen, wordt de precariobelasting berekend op de voor de belastingplichtigemeest voordelige wijze. 6.. Voor de berekening van de belasting wordt een gedeelte van een in de tarieventabelgenoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt.

Rechtspraak bij dit artikel