intrekking of terugvordering
Onverminderd artikel 8.1.2 van de wet doen een jeugdige en/of zijn ouders op verzoek of onverwijld uit eigen beweging aan het jeugdteam en het college van de gemeente mededeling van alle feiten en omstandigheden, waarvan hun redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een toewijzing van een individuele jeugdhulpvoorziening in natura of pgb.
Onverminderd artikel 8.1.4 van de wet kan het college de toewijzing van een individuele jeugdhulpvoorziening herzien, dan wel intrekken, als het college vaststelt dat:
de jeugdige of zijn ouders onjuiste of onvolledige gegevens hebben verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid;
de jeugdige of zijn ouders niet langer op de individuele jeugdhulpvoorziening of op het pgb zijn aangewezen;
de gemeente op grond van het woonplaatsbeginsel niet meer verantwoordelijk is voor de financiering van de jeugdhulp;
de individuele jeugdhulpvoorziening of het pgb niet meer toereikend is te achten;
de jeugdige of zijn ouders niet (meer) voldoen aan de voorwaarden van de individuele jeugdhulpvoorziening of het pgb, of
de jeugdige of zijn ouders de individuele jeugdhulpvoorziening of het pgb niet of voor een ander doel gebruiken dan waarvoor het is bestemd.
Als het college een toekenning op grond van het tweede lid, heeft ingetrokken, kan het college van degene die opzettelijk onjuiste of onvolledige gegevens heeft verschaft, geheel of gedeeltelijk de geldswaarde vorderen van de ten onrechte genoten individuele jeugdhulpvoorziening of het ten onrechte genoten pgb.
Het college onderzoekt uit het oogpunt van kwaliteit van de geleverde zorg, al dan niet steekproefsgewijs, de bestedingen van pgb’s.
HOOFDSTUK 5.
Artikel 12.
Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, beëindiging,
Onderdeel van Verordening van gemeente Achtkarspelen houdende Jeugdhulp 2018