Een cliënt kan voor begeleiding in aanmerking komen indien hij door zijn beperkingen onvoldoende zelfredzaam of in staat tot participatie is en de cliënt hierdoor beperkingen ervaart op één van de volgende gebieden:
de sociale redzaamheid;
het bewegen en verplaatsen;
het psychisch functioneren;
het geheugen en de oriëntatie;
HOOFDSTUK 3:
Artikel 17.