**1..** Het PGB voor een rolstoel, niet zijnde een sportrolstoel, wordt vastgesteld op basis van de tegenwaarde van de goedkoopst adequate voorziening, zoals dat door het college aan de gecontracteerde leverancier wordt betaald.
**2..** Ten behoeve van onderhoud en reparatie van de vervoersvoorziening kan dit bedrag verhoogd worden met een door de gemeente te bepalen bedrag per jaar, dat gelijk is aan de gehanteerde prijzen van de door de gemeente gecontracteerde leverancier. Hierbij wordt uitgegaan van de gemiddelde gebruiksduur van de voorziening.
**3..** Voor voorzieningen die buiten het kernassortiment vallen, wordt de hoogte van het PGB worden vastgesteld aan de hand van één of meer offertes.
HOOFDSTUK 3:
Artikel 26.