**1..** Het college matigt ambtshalve de bestuurlijke boete tot de helft van het boetenormbedrag, indien een bestuurlijke boete wordt opgelegd aan een houder van:
één kindercentrum met maximaal twee groepen, waarbij het kindercentrum nog niet eerder een reguliere inspectie als bedoeld in artikel 1.62, tweede lid, van de Wk heeft gehad;
een gastouderbureau dat maximaal twintig kinderen bemiddelt en waarbij nog niet eerder een reguliere inspectie als bedoeld in artikel 1.62, tweede lid, van de Wk heeft plaatsgevonden;
één kindercentrum waar maximaal zes kinderen worden opgevangen;
een gastouderbureau dat maximaal zes kinderen bemiddelt.
**2..** Indien sprake is van samenloop van situaties genoemd in het vorige lid, wordt eveneens gematigd tot de helft van het boetenormbedrag.
**3..** Indien met één feitelijke gedraging twee of meer kwaliteitseisen worden overtreden, legt het college voor de overtreding van elke afzonderlijke kwaliteitseis een bestuurlijke boete op. De overtreding waarvoor het hoogste boetenormbedrag is vastgesteld wordt ten volle opgelegd, de andere overtreding(-en) wordt of worden gematigd tot één derde van het boetenormbedrag.
**4..** Het college verhoogt ambtshalve de bestuurlijke boete met de helft van het boetenormbedrag, indien sprake is van recidive of indien de overtreding met opzet is begaan.
HOOFDSTUK 3.
Artikel 7
Matiging of verhoging van de boete
Onderdeel van Beleidsregels handhaving kinderopvang Den Haag 2018