Als de belanghebbende naar het oordeel van het college een
verplichting als bedoeld in artikel 13, tweede en vierde lid
IOAW/IOAZ of een op grond van hoofdstuk III IOAW/IOAZ aan de
uitkering verbonden verplichting – anders dan de verplichting,
bedoeld in artikel 37, eerste lid, onderdeel c IOAZ - schendt, wordt
overeenkomstig deze verordening een maatregel opgelegd. Daarnaast
wordt tevens een maatregel opgelegd indien belanghebbende onder
omstandigheden die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van
de IOAW/IOAZ zich jegens het college zeer ernstig misdraagt.