**1..** Voor de berekening van de precariobelasting wordt met betrekking tot een
in de tarieventabel genoemde lengte- of oppervlaktemaat
**2..** Indien een tarief per oppervlakte is vastgesteld, wordt de
precariobelasting berekend naar de oppervlakte van de horizontale
projectie van de voorwerpen, tenzij anders is bepaald.
**3..** De oppervlakte van andere dan rechthoekige voorwerpen wordt gesteld op
het product van de twee aangrenzende zijden van een om het voorwerp
geplaatste denkbeeldige rechthoek.
**4..** Indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het
hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de
openbare dienst bestemde gemeentegrond, wordt voor de berekening van de
precariobelasting aangesloten bij de geldigheidsduur van die vergunning,
tenzij blijkt dat het belastbaar feit zich gedurende een kortere periode
heeft voorgedaan. In dat geval bestaat aanspraak op ontheffing, waarbij
het vijfde lid van overeenkomstige toepassing is.
**5..** Indien in de tarieventabel voor een voorwerp tarieven voor verschillende
tijdseenheden zijn opgenomen, wordt de precariobelasting berekend op de
voor de belastingplichtige meest voordelige wijze.
**6..** In afwijking van het bepaalde in artikel 1 wordt voor de berekening van
de precariobelasting:
a. indien in de tarieventabel voor een voorwerp wel een weektarief, maar
geen dagtarief is opgenomen, een gedeelte van een week gelijkgesteld met
een week;
b. indien in de tarieventabel voor een voorwerp wel een maandtarief,
maar geen dag- of weektarief is opgenomen, een gedeelte van een maand
gelijkgesteld met een maand.
**7..** Indien in de tarieventabel voor een voorwerp een dagtarief, weektarief
of maandtarief is opgenomen en het belastingtijdvak een langere periode
dan een dag, onderscheidenlijk een week of een maand omvat, gelden deze
tarieven per dag, onderscheidenlijk week of maand van het
belastingtijdvak.
Artikel 6
Berekening van de precariobelasting
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting 2018