De Wet ruimtelijke ordening (Wro) verplicht elke gemeente om de bestemming van gronden, met inbegrip van de regels die daarbij horen, binnen een periode van 10 jaar telkens opnieuw vast te stellen. Als de gemeente hier niet aan voldoet, dan vervalt de bevoegdheid om aan het bestemmingsplan gerelateerde leges te heffen voor omgevingsvergunningen in de gebieden waarvoor een verouderd plan geldt. De periode van tien jaar wordt berekend vanaf de datum van vaststelling van een bestemmingsplan. Voor plannen die nog zijn opgesteld onder de oude wet (Wet op de Ruimtelijke Ordening; WRO) geldt dat zij geactualiseerd moeten worden binnen 10 jaar na onherroepelijk worden van dat plan.
In plaats van het binnen tien jaar vaststellen van een nieuw bestemmingsplan kan de gemeenteraad ook kiezen voor het vaststellen van een beheersverordening. In een beheersverordening wordt het beheer van een gebied overeenkomstig het bestaande gebruik geregeld. Het moet gaan om een gebied waarin geen ruimtelijke ontwikkeling wordt voorzien, oftewel een gebied waarin geen ruimtelijk relevante veranderingen in het planologisch toegestane gebruik van gronden of opstallen plaatsvinden. Met het vaststellen van een beheersverordening wordt voldaan aan de wettelijke actualisatieverplichting van tien jaar. Het bestemmingsplan Dorp-Zuid is in 2007 vastgesteld en dient derhalve geactualiseerd te worden. Wij hebben er voor gekozen hiervoor een beheersverordening vast te stellen.
Deze Beheersverordening ‘Dorp Zuid’ heeft tot doel om over een actueel planologisch regiem te beschikken. Deze beheersverordening omvat de bestaande planologisch-juridische regeling dan wel de bestaande gebruiks- en bouwmogelijkheden van de percelen van het bestemmingsplan Dorp-Zuid 2007. Deze gebruiks- en bouwmogelijkheden zijn één op één in de beheersverordening overgenomen. Het 'oude' bestemmingsplan gaat op in de beheersverordening en komt daarmee te vervallen.
Deze beheersverordening maakt geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk, die op grond van de betreffende bestemmingsplannen niet reeds waren toegestaan en heeft dan ook een conserverend karakter.
Artikel 1.1