Met een beheersverordening kan het beheer van gebieden in overeenstemming met het bestaande feitelijke gebruik (zoals daadwerkelijk aanwezig op het moment van vaststelling van de beheersverordening) of het planologisch toelaatbare gebruik (zoals toegestaan volgens de huidige in werking getreden bestemmingsplannen) worden geregeld. In deze beheersverordening is er voor gekozen om de huidige planologische mogelijkheden van overeenkomstige toepassing te verklaren. Deze werkwijze heeft als voordeel dat voorkomen wordt dat illegale situaties met het in werking treden van deze beheersverordening worden gelegaliseerd. Een inventarisatie is om deze reden dan ook niet noodzakelijk.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.2