Naar hoofdinhoud

Artikel 4:

Vrijstellingen

Onderdeel van Verordening precariobelasting 2018

De precariobelasting wordt niet geheven ter zake van het hebben van: voorwerpen, waarvoor de gemeente een recht heft op grond van artikel 229, eerste lid, onderdeel a, van de Gemeentewet, dan wel een privaatrechtelijke vergoeding is overeengekomen; voorwerpen, waarvan de gemeente genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is, met uitzondering van voorwerpen die in gebruik zijn bij een derde; borden, masten, palen en dergelijke voorwerpen, aangebracht in verband met de verkiezingen voor publiekrechtelijke lichamen; voorwerpen of werken, welke door of vanwege het rijk, de provincie of de gemeente uitsluitend voor de uitoefening van hun publiekrechtelijke taak zijn aangebracht of geplaatst; brievenbussen, openbare telefooncellen en niet tot reclame dienende aanwijzingen voor het publiek ten dienste van de posterijen en telefonie; wegwijzers en verkeersaanwijzingen van de ANWB, de K.N.A.C. en van andere overeenkomstige instellingen; buisleidingen, dienende voor de afvoer van water en rioolstoffen; erkers, balkons, stoepen, pilasters, plinten, kozijndorpels, gevelversieringen, bloembakken, goten, regenpijpen, puilijsten, goot- of kroonlijsten, spionnen en dergelijke; een zonnescherm of markies aan een, uitsluitend tot bewoning bestemd, perceel; vlaggenstokken en vlaggen zonder reclame of handelsnaam; een fietstegel, -blok, -standaard of -rek mits niet voorzien van reclameopschrift; halteborden voor busondernemingen, mits hierop geen reclame wordt gevoerd; openbare aankondigingen en voorwerpen betreffende tijdelijke activiteiten, met niet-commerciële doeleinden, van charitatieve instellingen; met toestemming (vergunning) van de gemeente geplaatste voorwerpen en aankondigingen in het kader van buurt gerelateerde niet-commerciële evenementen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel