Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2. › Afdeling 8.

Artikel 2:28D

Weigeringsgronden

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Zaltbommel 2018

1.. De burgemeester weigert de vergunning, indien: niet wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 2:28A; een leidinggevende binnen drie jaar voor de aanvraag een openbare inrichting heeft geëxploiteerd dat op grond van (ernstige vrees voor) verstoring van de openbare orde of op grond van artikel 13b Opiumwet, gesloten is geweest. voor de openbare inrichting ook een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Drank- en horecawet nodig is en deze is geweigerd. 2.. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed. 3.. Bij de toepassing van de in het tweede lid genoemde weigeringsgrond houdt de burgemeester rekening met: het karakter van de straat en de wijk waarin de openbare inrichting is gelegen of zal zijn gelegen; de aard van de openbare inrichting; de spanning waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan door de exploitatie; de wijze van bedrijfsvoering van een leidinggevende van de openbare inrichting in deze of in andere openbare inrichting 4.. De burgemeester kan ter bescherming van de belangen als bedoeld in het tweede lid door middel van een vergunningvoorschrift de in artikel 2:29 genoemde openingstijden beperken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel