Voor vaartuigen met een vaste ligplaats wordt, indien een belastingplichtige als bedoeld in artikel 3, eerste lid, is aangewezen:
het aantal personen, dat verblijf heeft gehouden, bepaald op 2,2 bij alle vaartuigen;
het aantal etmalen, dat door de onder a bedoelde personen verblijf is gehouden, bepaald op 15 bij alle vaartuigen.
Artikel 6.
Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van watertoeristenbelasting 2018