Naar hoofdinhoud
1.. Het college stemt de boete altijd af op de ernst van de overtreding, de mate van verwijtbaarheid en de omstandigheden van persoon en gezin. 2.. Het college stelt de boete vast op 50% van het benadelingsbedrag als er geen sprake is van opzet en geen sprake van grove schuld. 3.. Het college stelt de boete vast op 75% van het benadelingsbedrag als er geen sprake is van opzet, maar wel van grove schuld. 4.. Het college stelt de boete vast op 100% van het benadelingsbedrag als er sprake is van opzet. 5.. Het college stelt de boete vast op 25% van het benadelingsbedrag als wordt voldaan aan de criteria in artikel 2a van het Boetebesluit socialezekerheidswetten of om andere reden sprake is van verminderde verwijtbaarheid. 6.. Het college ziet geheel af van het opleggen van een boete: bij dringende redenen; als de gedraging niet verwijtbaar is. 7.. De op basis van de leden 1 tot en met 5 vastgestelde boete wordt gehalveerd als de omstandigheden van persoon  en gezin daartoe aanleiding geven. 8.. Bij recidive zijn de vorige leden van overeenkomstige toepassing.

Rechtspraak bij dit artikel