**1..** De rechten worden niet geheven voor het begraven van een stoffelijk overschot van een doodgeboren of pasgeboren kind, dat tegelijk met dat van het stoffelijk overschot van de moeder in één graf wordt begraven.
**2..** De rechten als bedoeld in hoofdstuk IV van de bij deze verordening behorende tarieventabel worden niet geheven ter zake van graven waarvan de Oorlogsgravenstichting de rechthebbende is of van graven die bij de Oorlogsgravenstichting in beheer zijn.
Artikel 5. Maatstaf van heffing en belastingtarief
De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende en als zodanig gewaarmerkte tarieventabel.
Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt.
Artikel 6. Belastingjaar
Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.
Met betrekking tot de rechten genoemd in onderdeel 4.5. van de tarieventabel is het belastingtijdvak gelijk aan de periode waarvoor wordt afgekocht.
Met betrekking tot de rechten genoemd in hoofdstuk V van de tarieventabel is het belastingtijdvak gelijk aan de periode waarvoor de rechten zijn geheven.
Artikel 7. Wijze van heffing
De rechten die per jaar worden geheven, bedoeld in de onderdelen 4.2. en 4.4. van de tarieventabel, worden geheven bij wege van aanslag.
Andere rechten als die bedoeld in het eerste lid worden geheven door middel van een gedagtekende kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld.
Artikel 8. Ontstaan van de belastingschuld
De rechten die per jaar worden geheven, bedoeld in de onderdelen 4.2. en 4.4. van de tarieventabel, zijn verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.
Andere rechten dan die in het vorige lid bedoeld zijn verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening of bij de aanvang van het gebruik van de bezittingen, werken of inrichtingen.
Artikel 9. Termijnen van betaling
In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.
In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, minder is dan € 10.000 en zolang de verschuldigde bedragen door een automatische betalingsincasso van de betaalrekening van de belastingschuldige kunnen worden afgeschreven moeten de aanslagen worden betaald in één termijn. Deze termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet.
De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.
Artikel 10. Kwijtschelding
Bij de invordering van de rechten wordt geen kwijtschelding verleend.
Artikel 11. Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders
Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de rechten.
Artikel 12. Inwerkingtreding en citeertitel
De “Verordening begraafplaatsrechten 2017” wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2018.
Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2018, of zo dit later is, met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.
Deze verordening kan worden aangehaald als de “Verordening begraafplaatsrechten 2018”.
Ouder-Amstel, 14 december 2017
De raad voornoemd,
de raadsgriffier,
de voorzitter,
A.A. Swets
M.T.J. Blankers-Kasbergen