Het college verstrekt aangepast vervoer aan de ouders van de leerling die een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs bezoekt, met inachtneming van artikel 3, indien voldaan wordt aan het afstandscriterium van artikel 15, en
**1..** de leerling vanwege zijn beperking, naar het oordeel van het college niet in staat is - ook niet onder begeleiding - van openbaar vervoer gebruik te maken, of;
**2..** door de ouders tegenover het college genoegzaam wordt aangetoond dat de leerling niet in staat is zelfstandig van het openbaar vervoer gebruik te maken én het begeleiden van de leerling in redelijkheid onmogelijk blijkt wegens naar het oordeel van het college genoegzaam aangetoonde bezwarende gezinsomstandigheden, of;
**3..** door de ouders naar het oordeel van het college genoegzaam wordt aangetoond dat de leerling niet in staat is zelfstandig van het openbaar vervoer gebruik te maken èn de reistijd met gebruikmaking van het openbaar vervoer naar school of terug meer dan, dertig minuten is, of;
**4..** de leerling met gebruikmaking van het openbaar vervoer naar school of terug, meer dan anderhalf uur onderweg is en de reistijd met aangepast vervoer met ten minste 50% van de reistijd per openbaar vervoer kan worden teruggebracht, of;
**5..** openbaar vervoer ontbreekt, tenzij de leerling naar het oordeel van het college al dan niet onder begeleiding gebruik kan maken van het vervoer per fiets, dan wel zelfstandig gebruik kan maken van het vervoer per bromfiets.
Hoofdstuk › Paragraaf
Artikel 18:
Aangepast vervoer
Onderdeel van Verordening leerlingenvervoer gemeente Amsterdam 2011