Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf

Artikel 26:

Aangepast vervoer

Onderdeel van Verordening leerlingenvervoer gemeente Amsterdam 2011

1.. Met inachtneming van het bepaalde in artikel 3 verstrekt het college aangepast vervoer aan de ouders van de leerling die een basisschool, een speciale school voor basisonderwijs of een school voor voortgezet onderwijs bezoekt, indien: de leerling, vanwege zijn beperking naar het oordeel van het college niet in staat is - ook niet onder begeleiding - van het openbaar vervoer gebruik te maken. Ten aanzien van een leerling van een speciale school voor basisonderwijs neemt het college artikel 9 in acht, of; aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in artikel 25 en de reistijd met gebruikmaking van openbaar vervoer naar school of terug, meer dan vijfenveertig minuten is, of; aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in artikel 25 en openbaar vervoer ontbreekt, tenzij de leerling naar het oordeel van het college al dan niet onder begeleiding gebruik kan maken van het vervoer per fiets, dan wel zelfstandig gebruik kan maken van het vervoer per bromfiets. 2.. Het college betrekt bij de beoordeling van de aanvraag voor een vervoersvoorziening de bij de aanvraag overgelegde stukken en andere beschikbare documenten die betrekking hebben op de vervoersaanvraag van de leerling en die voor de beoordeling van die aanvraag van belang zijn. 3.. Indien het college de in het vorige lid bedoelde vervoersvoorziening niet of slechts gedeeltelijk toekent, betrekt het college bij de beschikking het advies van de regionale verwijzingscommissie betreffende de aard van de noodzakelijke voorziening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel