**1..** In afwijking van het bepaalde in artikel 2 wordt op verzoek van de
belastingplichtige de belasting geheven in de vorm van een
jaarlijkse belasting gedurende zeven jaren. Het verzoek genoemd in
de eerste volzin dient binnen zes weken na de dagtekening van de
aanslag schriftelijk bij de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b,
van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar te worden
ingediend.
**2..** Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.
**3..** De jaarlijkse belasting bedraagt de annuïteit van het totaal
verschuldigde, berekend op basis van een periode van zeven jaren en
een rentevoet van 6,2 %.
**4..** De belasting over de nog niet verstreken belastingjaren kan elk jaar
worden afgekocht. De afkoopsom wordt bepaald op de contante waarde
van de op 1 januari van het belastingjaar, waarin de afkoop
plaatsvindt, nog te verschijnen belastingbedragen berekend naar een
rentevoet van 6,2 %.
**5..** a Ingeval de belasting wordt geheven in de vorm van een jaarlijkse
heffing en de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak
als bedoeld in het eerste lid eindigt of wijzigt als gevolg van het
overdragen van eigendom, bezit of beperkt recht, wordt de nieuwe
genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, met ingang
van het eerstvolgende belastingjaar een aanslag ineens opgelegd voor
de resterende belastingjaren van het belastingtijdvak, berekend
overeenkomstig het vierde lid van dit artikel. b In afwijking van
het bepaalde in onderdeel a, wordt op verzoek van de in dat
onderdeel bedoelde belastingplichtige de jaarlijkse heffing
overeenkomstig het eerste lid gecontinueerd. Het verzoek daartoe
dient binnen zes weken na de dagtekening van de aanslag ingevolge
onderdeel a, schriftelijk bij de in artikel 231, tweede lid,
onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar te worden
ingediend.
**6..** Ingeval de belasting wordt geheven in de vorm van een jaarlijkse
heffing en in de loop van het belastingtijdvak de eigendom, het
bezit of het beperkt recht van een belastingobject wordt
overgedragen, wordt, voor de verdeling van de resterende
belastingschuld, de maatstaf van heffing als bedoeld in artikel 4
voor het betreffende belastingobject opnieuw vastgesteld voor de nog
niet verstreken belastingjaren.
Artikel 6
Regeling inzake heffing in de vorm van een jaarlijkse belasting
Onderdeel van Verordening baatbelasting drukriolering Burgemeester Stroinkstraat