**1..** Het college draagt zorg voor het ondersteunen en waar nodig het aanbieden van voorzieningen aan belanghebbenden, die de kortste weg vormen naar werk, dan wel terugkeer naar uit ’s Rijks kas bekostigd onderwijs.
**2..** Ter uitvoering van de in lid 1 bedoelde ondersteuning kan het college nadere regels en prioriteiten stellen in verband met de financiële mogelijkheden en met maatschappelijke, economische en conjuncturele ontwikkelingen.
**3..** Bij nadere regels als bedoeld in lid 2 kan het college onderscheid maken in drie doelgroepen:
personen met een korte afstand tot de arbeidsmarkt;
personen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt;
personen met een onoverbrugbare afstand tot de arbeidsmarkt (maatschappelijke verdiencapaciteit).
**4..** Bij de inzet van voorzieningen kiest het college voor die voorziening die beschikbaar is en die adequaat en toereikend is voor het doel dat beoogd wordt.
**5..** Het college houdt bij het aanbieden van ondersteuning en voorzieningen rekening met de omstandigheden en functionele beperkingen van een belanghebbende. De omstandigheden hebben in ieder geval betrekking op zorgtaken van die belanghebbende en de mogelijkheid dat hij behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie of gebruik maakt van de voorziening beschut werk. Onder zorgtaken wordt in ieder geval verstaan:
de zorg van ten laste komende kinderen tot vijf jaar; en
de noodzakelijkheid van het verrichten van mantelzorg.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.