Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK II

Artikel 16.

Ontstaan van de belastingschuld en de heffing naar tijdsgelang voor de jaarlijks verschuldigde rechten

Onderdeel van Verordening Reinigingsheffing 2018

1.. De rechten bedoeld in hoofdstuk II onderdeel 3 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2.. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt zijn de rechten verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3.. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Artikel 17. Ontstaan van de belastingschuld voor de overige rechten De rechten bedoeld in hoofdstuk II onderdeel 4 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening of bij de aanvang van het gebruik van de bezittingen, werken of inrichtingen. Artikel 18. Termijnen van betaling In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen, zoals bedoeld in hoofdstuk II onderdeel 3 van de bij deze verordening behorende tarieventabel, worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later. In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, zoals bedoeld in hoofdstuk II onderdeel 3 van de bij deze verordening behorende tarieventabel minder is dan € 10.000 en zolang de verschuldigde bedragen door een automatische betalingsincasso van de betaalrekening van de belastingschuldige kunnen worden afgeschreven in dat geval moeten de aanslagen worden betaald in negen opeenvolgende gelijke, met uitzondering van kleine afrondingsverschillen, maandelijkse termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. De rechten bedoeld in hoofdstuk II onderdeel 4 van de bij deze verordening behorende tarieventabel moeten worden betaald: indien de kennisgeving mondeling wordt gedaan: op het moment van de kennisgeving; indien de kennisgeving schriftelijk wordt gedaan: binnen één maand na de dagtekening vermeld op de kennisgeving. Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c., van de Invorderingswet 1990 met een belastingaanslag gelijkgestelde beschikking inzake een bestuurlijke boete zijn de voorgaande leden van overeenkomstige toepassing. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel 19. Kwijtschelding Bij de invordering van de reinigingsrechten bedoeld in hoofdstuk II, onderdeel 2 van de bij deze verordening behorende tarieventabel, wordt geen kwijtschelding verleend. HOOFDSTUK III: AANVULLENDE BEPALINGEN Artikel 20. Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de reinigingsheffingen. Artikel 21. Inwerkingtreding en citeertitel De “Verordening reinigingsheffingen 2017” wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2018. Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2018, of zo dit later is, op de eerste dag na die van de bekendmaking. Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening reinigingsheffingen 2018”. Ouder-Amstel, 14 december 2017 De raad voornoemd, de raadsgriffier, de voorzitter, A.A Swets M.T.J. Blankers-Kasbergen

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel