Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 10

Subsidiegrondslagen voor andere plaatselijke verenigingen

Onderdeel van Deelverordening subsidiegrondslagen welzijn 1992

Het subsidie voor de plaatselijke accordeon- en mandolineverenigingen e.d., waaronder voor de toepassing van de verordening wordt verstaan het beoefenen van instrumentale en vocale muziek, doch waarbij de nadruk ligt op het instrumentale gedeelte, is als volgt opgebouwd: een vast bedrag van € 127,36 per instelling per jaar; een bedrag van € 5,09 per bespeeld instrument per jaar; een bijdrage van 30% in de kosten van het honorarium van de dirigent/instructeur(s) met een maximum van € 840,51 per jaar; een bijdrage van 75% in de ten laste van de instelling komende kosten voor het volgen van een cursus of opleiding voor kadervormende activiteiten door de leden van de organisatie, een en ander ter beoordeling van burgemeester en wethouders. Deze bijdrage wordt niet verstrekt indien het betreffende lid reeds op enigerlei wijze voor activiteiten ten dienste van de organisatie een vergoeding of beloning ontvangt. Voorts zijn burgemeester en wethouders bevoegd om vorenbedoeld subsidie terug te vorderen, indien blijkt dat het lid waarvoor een dergelijk subsidie is verstrekt binnen een jaar na afloop van de gevolgde cursus of opleiding geen activiteiten voor de onderhavige instelling meer uitoefent, terwijl deze als zodanig hiervoor een subsidie heeft ontvangen; e. een bijdrage van 100% in de kosten van deelneming aan nationale concoursen, welke onder auspiciën en reglementering van de landelijke en/of provinciale bond of federatie, waarbij de betreffende instelling is aangesloten, zijn c.q. worden gehouden; het subsidie wordt door ons college bepaald aan de hand van de door de instelling ingezonden begroting met bijgevoegd verzoek, alsmede een fotokopie van de Uitnodiging, welke hiervoor door de desbetreffende instelling is ontvangen; vorenbedoeld subsidie is aan maximum gebonden van € 448,30 per jaar.

Rechtspraak bij dit artikel