Om voor subsidie in aanmerking te komen moet een plaatselijke instelling:
aangesloten zijn bij een landelijke en/of provinciale bond of federatie;
een contributie van de leden heffen, waarvan de opbrengst € 22,69 per lid
per jaar bedraagt;
tenminste 10 contributie betalende leden hebben.
Aanvullend op of in afwijking van het bepaalde in de artikelen 7 en 8 van de "Algemene subsidieverordening Kapelle 1982" dienen de plaatselijke instellingen die voor een subsidie in aanmerking willen komen onder meer de volgende stukken te overleggen:
Voor de berekening van het voorlopig subsidie zo mogelijk een werk- of activiteitenplan.
Voor de berekening van het definitief subsidie een jaarrekening over het jaar waarover subsidie is verstrekt, vergezeld van een balans, voorzien van een toelich-ting en getekend door het bestuur.
3.Voor de regionale vrijwilligersinstellingen zijn de bijzondere subsidievoorwaarden, genoemd onder punt l, de leden a en b van dit artikel van overeenkomstige toepassing.
Tevens dient de regionale vrijwilligersinstelling te beschikken over leden, woonachtig in de gemeente Kapelle.
Als aantal leden en deelnemers in de zin van dit hoofdstuk wordt aangemerkt het gemiddelde van het aantal in Kapelle woonachtige leden per 1 januari en 1 september van het jaar, waarvoor subsidie wordt aangevraagd.
De in de artikelen 33 en 34 van dit hoofdstuk genoemde bepalingen zijn niet van toepassing op onder meer personeels- en buurtverenigingen, gezelligheidsverenigingen ed.
Indien de werkzaamheden van een instelling ook betrekking hebben op de activiteiten zoals bedoeld in artikel 35 van hoofdstuk VIII van deze verordening, kan op die titel niet alsnog een subsidie aan die desbetreffende instelling worden verleend.
Hoofdstuk 5
Artikel 21
Bijzondere subsidievoorwaarden
Onderdeel van Deelverordening subsidiegrondslagen welzijn 1992