Een cliënt komt in aanmerking voor een individuele of maatwerkvoorziening als:
de cliënt op eigen kracht of met de hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk geen oplossing voor zijn hulpvraag kan vinden;
de cliënt geen oplossing kan vinden voor zijn hulpvraag door, al dan niet gedeeltelijk, gebruik te maken van een overige voorziening, of
de cliënt geen oplossing kan vinden voor zijn hulpvraag door, al dan niet gedeeltelijk, gebruik te maken van een andere, algemeen gebruikelijke of voorliggende voorziening.
Als het college van oordeel is dat een cliënt zijn hulpvraag redelijkerwijs van te voren had kunnen voorzien en met zijn handelen had kunnen voorkomen, kan het college besluiten dat de cliënt niet in aanmerking komt voor een individuele of maatwerkvoorziening.
Als een individuele of maatwerkvoorziening noodzakelijk is, verstrekt het college de goedkoopst adequate voorziening.
Voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die door de cliënt zijn aangegeven, na is te gaan of de voorziening noodzakelijk is en als goedkoopst adequate voorziening aan te merken valt.
Als een maatwerkvoorziening in de vorm van een hulpmiddel noodzakelijk is ter vervanging van een eerdere door het college verstrekt hulpmiddel, wordt deze slechts verstrekt als het eerdere verstrekte hulpmiddel technisch is afgeschreven,
tenzij het eerder verstrekte hulpmiddel verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de cliënt toe te rekenen zijn;
tenzij de cliënt geheel of gedeeltelijk tegemoet komt aan de veroorzaakte kosten, of;
als het eerder verstrekte hulpmiddel niet langer een oplossing biedt voor de behoefte van de cliënt aan maatschappelijke ondersteuning.
Artikel 4.
Criteria voor een individuele en maatwerkvoorziening
Onderdeel van Verordening Jeugdhulp en Maatschappelijke ondersteuning gemeente Heerde 2018